1. Optimale voeding tijdens de zwangerschap

U heeft besloten om een kindje te verwekken, of misschien bent u al zwanger? Dan staat u een heerlijk avontuur als ouder te wachten met een prachtige baby die liefst van een goede gezondheid geniet. Om de baby van een goede gezondheid te voorzien moet de moeder ervoor zorgen dat zij alle nodige “materiaal” in haar lichaam opneemt.

De groei van een baby in de baarmoeder is een spectaculair fenomeen. In 38 weken evolueert het van een kleine cel tot een volledig organisme met een gewicht van ongeveer 3,5 kg. Een voldoende inname van specifieke vitamines en mineralen is daarom van vitaal belang. Niet alleen voor het kind, maar ook voor de moeder tijdens de zwangerschap en vervolgens tijdens de lactatie (de moeder produceert 3/4 liter melk per dag! ).

Zelfs met een evenwichtige en gevarieerde voeding is het moeilijk om de aanbevolen hoeveelheden te bereiken. Hierdoor is het soms noodzakelijk om voedingssupplementen te gebruiken.  

Dankzij de huidige kennis over onze voeding kunnen we alle risico’s buiten spel zetten en een fysiek en emotioneel gezonde baby ter wereld brengen.

Welke voedingsstoffen hebben speciale aandacht nodig?

1. Foliumzuur of vitamine B9

  • Voorkomen spina bifida

Voor vrouwen die zwanger wensen te worden, raadt men aan om een supplement van 400 microgram foliumzuur te nemen, twee maanden voor de zwangerschap en tijdens de eerste 2 maanden van de zwangerschap. Dit verlaagt het risico op neuralebuisdefecten bij de foetus tot 70%.

De neurale buis vormt zich in het begin van de zwangerschap, tussen de 19de en 28ste dag. Indien deze niet sluit is er een hoger risico dat de baby zal worden geboren met anencefalie (slechte sluiting van de hersenen) of zal lijden aan spina bifida (ontwikkelingsstoornis van ruggenmerg en wervelkolom). In het geval van spina bifida zal het effect op het kind ervan afhangen hoe groot en waar het defect van de sluiting zich bevindt. In de meest ernstige vorm, zullen het ruggenmerg en de zenuwwortels buiten de wervelkolom liggen, hetzij bloot of in een dun membraan, wat resulteert in een verlamming van geïnnerveerde ledematen door een deel van het zenuwstelsel onder de laesie. Spina bifida raakt 1 zwangerschap op 2000.

Deze vitamines zitten hoofdzakelijk in gist, lever, eigeel, kaas, peulvruchten, groene bladgroenten (spinazie, waterkers, ...) en veel verrijkte ontbijtgranen. Verder vindt men ze ook in kleinere hoeveelheden in andere groenten en fruit, andere melkproducten of in producten op basis van granen (brood en afgeleide producten of muesli).

2. Vitamine B6

Een tekort aan vitamine B6 bij de moeder kan ervoor zorgen dat het kind klein is en minder weegt dan gemiddeld. Verder zijn gevolgen als een lage vitaliteit, prikkelbaarheid en overdreven neigingen om te huilen mogelijk.
De bronnen van vitamine B6 zijn vlees, vis, ongeraffineerde granen, tarwekiemen en peulvruchten.

3. Vitamine B12

Wanneer men B6, B9 en B12-supplementen combineert, zal het risico op miskramen bij vrouwen die er al verscheidene hebben gehad, verminderen. Dit is te danken aan de daling van het homocysteïne-gehalte.
De bronnen van vitamine B12 zijn vlees, gevogelte, vis en eierdooiers.

4. IJzer

IJzer is een essentieel mineraal voor de mens en als men zwanger is verandert er heel wat aan de aanbevolen dagelijkse behoeftes. Dit komt omdat de baby aan het groeien is en hij alle noodzakelijke nutriënten uit uw reserves haalt. Ijzer is nodig voor de aanmaak van de placenta en de foetus.

De gevolgen van ijzertekort zijn talrijk. Het meest bekende gevolg is vermoeidheid wegens een gebrek aan zuurstof dat normaal gezien vervoerd wordt door onze rode bloedcellen. Maar dit is lang niet het enige...

  • De leverontgifting (de lever ontgift afvalstoffen uit het lichaam) is aanzienlijk minder effectief, met diepe vermoeidheid, hoofdpijn, myalgie (spierpijn), slaapstoornissen, lage weerstand tegen stress, en zo veel meer al gevolg;
  • Depressieve stoornissen, gedragsstoornissen en geheugenproblemen (meteen, maar ook op lange termijn);
  • Slaapstoornissen en de proliferatie van virussen: men is sneller ziek;
  • De gevolgen voor de kwaliteit van het volwassen leven is ook afhankelijk van het ijzerniveau (ferritine) van de moeder, tijdens de zwangerschap. Recente studies tonen aan dat ijzertekort tijdens de zwangerschap het risico op depressie verhoogt van kind naar volwassenheid!

De bronnen van ijzer zijn rood vlees, bloedworst, vis en schaaldieren (besprenkeld met citroensap is zelfs nog beter), peulvruchten, noten en oliehoudende zaden.

5. Omega-3

Omega-3-vetzuren zijn een groep vetzuren, essentieel voor de vorming van onze hersenen. Ons lichaam synthetiseert matig EPA en DHA omega-3 vetzuren uit planten (omega-3 type ALA bevindt zich in raapzaadolie, noten, soja, vlas, postelein, veldsla, ...). Het is dus absoluut noodzakelijk dat ons voedsel deze twee vetzuren bevat. Dit geldt vooral voor zwangere vrouwen. Iedere persoon die minder dan 3x per week vette vis eet (±450g per week) moet een omega-3-supplement innemen.

Voor de zwangerschap, is omega-3 EPA en DHA aanbevolen. Tijdens de zwangerschap, zal men enkel DHA aanbevelen omdat die dan de grootste rol speelt bij de samenstelling van de hersenen (intelligentie, een goede nachtrust, ...).

Na de bevalling wordt omega-3 EPA aanbevolen, want deficiëntie hiervan is een bron van depressie! De “baby blues” die een paar dagen na de geboorte bij de moeder plaatsvinden is een normaal verschijnsel als gevolg van een plotselinge daling van hormonen. De ware postpartumdepressie is degene die meestal zes maanden na de bevalling optreedt. Deze wordt vaak toegeschreven aan een gebrek aan slaap of verhoogde stress. Stress die eigenlijk het gevolg is van een tekort aan EPA en ijzer!

3 maanden na bevalling, moet men terug de 2 types EPA en DHA innemen.
Bronnen van EPA en DHA zijn vette vis (zalm, sardines, haring, maatjes, paling en zee-algen).

Er bestaat een wedijver tussen de omega-3- en omega-6-vetzuren. Men moet er dus rekening mee houden dat we van die laatste genoeg horen te eten om het evenwicht tussen omega-3 en omega-6 te bewaren. De belangrijkste bronnen van omega-6 zijn oliën als arachideolie, zonnebloemolie, maïsolie, druivenpitolie, maar ook vlees, fijne vleeswaren, kaas, koekjes en noten.

6. Calcium, Vitamine D en botmetabolisme

Tijdens de zwangerschap is de intestinale absorptie van calcium door de dikke darm en de uitscheiding via urine verhoogd. Gelijktijdig versnelt ook de botresorptie en botvorming. Zo zal calcium in het skelet van de moeder ter beschikking zijn voor de foetus om de groei te waarborgen.

Ongeacht haar rol bij het botmetabolisme van de moeder en de foetus, speelt calcium een belangrijke rol in de succesvolle ontwikkeling van de zwangerschap. Een hoge calciuminname (zonder de dagelijks aanbevolen hoeveel van 2g te overschrijden) vermindert volgende risico's:

  • Hypertensie en pre-eclampsie met 70%
  • Postpartumdepressie met 50%
  • Stress bij het pasgeboren kind
  • Prematuur geboren baby

Een vitamine D tekort tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op hypocalcemie en rachitis bij het kind. De moeder zal supplementen moeten innemen tijdens de tweede helft van de zwangerschap omdat dit van cruciaal belang is, vooral als men zich weinig of niet blootstelt aan de zon.

7. Magnesium

Het eerste symptoom van magnesiumtekort is last hebben van spierkrampen. Dit gebeurt vaak 's nachts en vooral ter hoogte van de kuiten. Naast dit onaangenaam maar niet ernstige probleem hebben talrijke studies aangetoond dat het effect van magnesium de status van de foetus tijdens de zwangerschap en later bij de ontwikkeling van het kind beïnvloedt:
Een magnesiumtekort kan leiden tot hyperexciteerbaarheid van de baarmoeder, dat wil zeggen last hebben van weeën wat dus vroegtijdige ontsluiting veroorzaakt. Maar geen paniek!

Een magnesiumvoedingssupplement heeft zijn effectiviteit bewezen als een behandeling zonder bijwerkingen, om de zwangerschap te verlengen en de "metingen" van de pasgeborene (gewicht, lengte, hoofdomtrek) te waarborgen. Dagelijks 300 mg magnesium lijkt de meest geschikte waarde te zijn.
Bovendien kan een magnesiumtekort (vaak gekoppeld aan een tekort bij de moeder tijdens de zwangerschap) een verhoogde risicofactor zijn voor wiegendood, dit naast de andere omgevingsfactoren van de baby (kamer temperatuur, positie, de aanwezigheid van dekens, enz...). De inname van magnesium is van essentieel belang tijdens de zwangerschap, voor het welzijn van moeder en het kind!

De belangrijkste bronnen van magnesium zijn ongeraffineerde graanproducten (volkorenbrood, havermout), sommige mineraalwaters (Hepar®, Donat®, Contrex®), gedroogd fruit, noten en zaden, peulvruchten, cacao en donkere chocolade.

Indien u problemen heeft om een evenwicht te vinden tussen uw voeding en voedingsmiddelen die rijk zijn aan magnesium, neem dan gerust een magnesiumsupplement in, maar praat hierover met uw voedingsdeskundige of diëtiste want niet alle vormen van magnesium zijn gelijk!

8. Jodium

Jodium is gewoonlijk in heel kleine hoeveelheden aanwezig in onze voeding, met als gevolg dat de toegenomen behoefte aan jodium tijdens de zwangerschap niet gedekt zal worden. Jodium speelt een rol in de hormonale balans van de moeder en zorgt voor de goede intellectuele ontwikkeling van de baby.

9. Zink

Complicaties in verband met een zinktekort  zullen invloed hebben op zowel de foetus (aangeboren misvorming, groeiachterstand, een laag geboortegewicht) als op de moeder (zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie, bloeding, infectie, langdurige ontsluiting).

Een tekort aan zink is vooral merkbaar in bepaalde omstandigheden:

  • Hypocalorische dieet of bij vegetarisme;
  • Ijzer suppletie: er ontstaat een competitie tussen ijzer en zink ter hoogte van de dikke darm;
  • Voeding rijk aan fytaten, die vooral aanwezig zijn in voedingsmiddelen op basis van granen (darmziekten als de ziekte van Crohn of lekkende darm syndroom).

Bovendien kan de “staat” van een persoon de behoefte aan zink verhogen. Hierbij denken we dan vooral aan besmettelijke ziektes, trauma’s, vergiftiging door tabak of alcohol, intensieve training, ...
De belangrijkste bronnen van zink zijn vis en zeevruchten, vlees en eigeel. Zink is ook aanwezig in peulvruchten (linzen, kikkererwten, witte en rode bonen, ...) en in ongeraffineerde graanproducten (volkoren brood, ...).
Als u uw "nutritionele status" wenst te kennen voordat u zwanger bent, kan men een nutribilan laten uitvoeren. De professionele interpretatie hiervan zal u helpen om dit avontuur zo sereen mogelijk te beleven.


2. Voeding en hersenen

Wat is de impact van onze voeding en voedingsstoffen voor emotioneel en cognitief goed presterende hersenen, gedurende ons hele leven?

De hersenen zijn het meest verfijnde orgaan in de mens. Het voedt de aan hem verstrekte moleculen en neemt alle externe informatie op. Leren, het geheugen, gedachten, associaties en emoties zijn slechts een paar voorbeelden van het indrukwekkende repertoire van de hersenactiviteit.

De algemene prestaties van de hersenen zijn afhankelijk van 3 factoren:

  • Het genetisch programma geërfd van onze ouders dat de constructie en werking van de hersenen bepaalt;
  • Multi-zintuiglijke prikkels (de trofische groepen zijn onweerlegbaar);
  • De moleculen die voorzien en betrokken zijn op het structurele en functionele niveau.

Hersenactiviteit gaat voornamelijk in twee fundamentele biologische processen:

  • Elektrische geleiding
  • Neurotransmissie

Deze twee gebeurtenissen vinden plaats op de fosfolipide dubbellaag, die enkel voor de neuronen van het centrale zenuwstelsel al zo’n 25.000m2 omvat!


Klik voor grotere afbeelding.

Het subtiele metabolisme van ons zenuwstelsel voedt moleculen die essentieel zijn en moeten worden opgenomen via onze voeding. Een tekort aan deze voedingsstoffen draagt bij tot disfunctie van het centrale zenuwstelsel, met onomkeerbare laesies als gevolg!
Met het doel om onze cognitieve en emotionele capaciteiten zo lang mogelijk te behouden heeft men continue en adequaat moleculen nodig die essentieel zijn voor de hersencellen. En naarmate we ouder worden, blijven de metabole “pathways” achter en de inname van nutriënten moet aanzienlijk worden aangepast om niet onder te gaan aan de versnelde hersenveroudering, gerelateerd aan de veroudering. Of erger nog, de kans op degeneratieve ziekten kunnen verhogen.

De curve van de vetzuren

Ons lichaam en natuurlijk onze hersenen zijn opgebouwd uit miljarden cellen. Al deze cellen worden gescheiden door een celmembraan en dit membraan is samengesteld uit verschillende soorten vet. Er moet een evenwicht zijn tussen deze verschillende soorten vet, anders wordt het membraan rigide en wordt de informatie niet goed meer overgebracht van de ene cel naar de andere. Een disbalans tussen omega-3 en omega-6 zal ontstekingen als gevolg hebben.
Bronnen van EPA en DHA zijn vette vis (zalm, sardines, haring, maatjes, paling en zee-algen).

Er bestaat een wedijver tussen de omega-3- en omega-6-vetzuren. Men moet er dus rekening mee houden dat we van die laatste genoeg horen te eten om het evenwicht tussen omega-3 en omega-6 te bewaren. De belangrijkste bronnen van omega-6 zijn oliën als arachideolie, zonnebloemolie, maïsolie, druivenpitolie, maar ook vlees, fijne vleeswaren, kaas, koekjes en noten.

IJzer

IJzertekort heeft een aanzienlijke invloed op cognitieve stoornissen. Bij gebrek aan ijzer (ferritine onder de 50) kunnen concentratie- en geheugenproblemen de kop opsteken (vooral bij kinderen). Hiernaast zijn ook stemwisselingen vaak een gevolg van een ijzertekort. Ijzertekort brengt ook schade toe aan de schildklier die als gevolg trager zal werken, vermoeidheid zal opwekken en geleidelijk aan tot gewichtstoename zal leiden. De schildklierhormonen zijn ook betrokken bij de biologie van neurotransmitters (dopamine en serotonine)!
IJzer is belangrijk voor de synthese van dopamine (een lage waarde dopamine veroorzaakt een vermindering van het geheugen en de concentratie, ochtendvermoeidheid, ...) en voor de synthese van serotonine (een lage waarde serotonine veroorzaakt zenuwachtigheid, verlangen naar suiker, moeilijk in slaap vallen en slapeloosheid).

De bronnen van ijzer zijn rood vlees, bloedworst, vis en schaaldieren (besprenkeld met citroensap is zelfs nog beter), peulvruchten, noten en oliehoudende zaden.

Er zijn twee vormen van ijzer; ijzer van dierlijke en van plantaardige oorsprong. Het ijzer van dierlijke oorsprong (haem ijzer) vindt men in vlees en vis. Dit is er goed geassimileerd (40% opname). Het ijzer van plantaardige oorsprong (non-haem ijzer) vinden we rijkelijk terug in groenten en granen, maar wordt minder goed geabsorbeerd (slechts 2 tot 10% en het heeft een zuur milieu nodig om te worden opgenomen). En dit is het moment waarop we de legende van Popeye met zijn blikken spinazie in vraag kunnen stellen (bij de creatie van Popeye had men in het laboratorium waar men de informatie over ijzer had gehaald, een komma verkeerd geplaatst waardoor spinazie tien keer meer ijzer bevatte dan normaal).

Zink

Zink is op dezelfde wijze als ijzer betrokken bij de synthese van neurotransmitters (dopamine/ serotonine) en speelt daarom dus ook een belangrijke rol bij depressie. De deficiëntie aan zink resulteert in verminderde aandacht, geheugenstoornissen gelinkt aan veroudering, de ziekte van Alzheimer, ADHD (Attention Deficit Disorder/ hyperactiviteit).
Zink-deficiëntie resulteert ook in een slecht stress management.

De belangrijkste bronnen van zink zijn vis, vlees en eigeel. Zink is ook aanwezig in peulvruchten (linzen, kikkererwten, witte en rode bonen, ...) en in ongeraffineerde graanproducten zoals brood.

Vitamine B6, B9, B12

Deze drie vitaminen zijn betrokken bij het homocysteinemetabolisme. Homocysteïne is een metaboliet dat zich ophoopt in vitamine B9 en in mindere mate in vitaminen B6 en B12. Hyperhomocysteïnemie is giftig voor endotheliale cellen en neuronen, en wordt geassocieerd met een verhoogd risico op hart-en vaatziekten (x5), depressie, herhaalde miskramen, endocriene aandoeningen en kankers.

Het is een betrouwbare indicator wat voedingsstoffen die het risico op vele ziekten kunnen voorspellen betreft. Kijk maar naar het voorbeeld van een adolescent met een hoog homocysteïnegehalte (bv. 15). Dit verklaart een overbelaste lever met een vermoeid kind met concentratieproblemen als gevolg. Een juist homocysteinegehalte regelt ook de slaap (via de omzetting van serotonine in melatonine, het slaaphormoon).

Vitamine B9 is voornamelijk te vinden in gist, lever, eigeel, kaas, peulvruchten, groene bladgroenten (spinazie, waterkers, ...) en veel verrijkte ontbijtgranen. Verder vindt men ze ook in kleinere hoeveelheden in andere groenten en fruit, andere melkproducten of in producten op basis van granen (brood en afgeleide producten of muesli). De bronnen van vitamine B12 zijn vlees, gevogelte, vis en eierdooier. De bronnen van vitamine B6 zijn vlees, vis, ongeraffineerde granen, tarwekiemen en peulvruchten.

Selenium

Net als de meeste sporenelementen, speelt selenium een belangrijke rol in het hele lichaam. Op intracellulair niveau heeft een antioxiderende werking, omdat het het lichaam mogelijk maakt glutathion peroxidase te produceren. Dit enzym werkt in overleg met vitamine E om celmembranen te beschermen tegen oxidatie door vrije radicalen. Selenium speelt ook een belangrijke rol in het functioneren van het immuunsysteem en de schildklier. Neem nooit selenium op eigen initiatief, zonder te weten hoe hoog of hoe laag je seleniumgehalte is je bloed. Een teveel aan selenium kan net zo schadelijk zijn als een tekort!

De kampioen onder de selenium voedingsbronnen is zonder twijfel de paranoot. Twee paranoten per dag leveren 100% van uw behoeften aan selenium. Dierlijke producten en volkoren granen zijn goede bronnen van selenium wanneer deze worden geproduceerd in gebieden waar de bodem is rijk aan dit mineraal. Vis en zeevruchten bevatten ook goede hoeveelheden selenium.

Lekkende darm of “leaky gut syndrome”.

Veel situaties hebben de neiging om onze darm “lekkend” te maken: te weinig kauwen, herhaalde stressvolle situaties, slechte voeding (weinig vezels en vitaminen en te rijk aan verzadigde vetten en suikers), het nemen van bepaalde medicijnen (antibiotica, ontstekingsremmers, antacida), alcoholisme of een regelmatige consumptie van alcoholhoudende dranken, de high performance sport, ...

Al deze situaties kunnen leiden tot een verzwakking van onze darmwand met als gevolg een enorme hoeveelheid ongewenste moleculen in het bloed en een onvermogen voor onze darmen om micronutriënten te absorberen. U kan dus noch zo gezond eten, wanneer u een lekkende darm heeft zal dit er echter tot leiden dat vitaminen en mineralen, die onontbeerlijk zijn voor een goede werking van uw lichaam, niet worden opgenomen. De bepaling van voedselallergenen en van vitamine B12 vertelt ons of er sprake is van leaky gut. Indien dit het geval is, moeten we prioriteit geven aan de darm alvorens met vitaminesupplementen te gaan werken.

Al deze concepten zijn meetbaar via het bloed en de urine. Denk er eens over, het optimaliseren van de hersenen is zeer gunstig!


3. Gedragsstoornissen en depressie bij kinderen

Vandaag de dag denken 50% van de ouders dat hun kind een gebrek heeft aan concentratie. In werkelijkheid zijn er slechts 4-11% van de schoolgaande kinderen die binnen deze categorie vallen. En toch is er een duidelijke toename bij het voorschrijven van Rilatine®. Dit baart ons grote zorgen.

Criteria van ADHD:

ONOPLETTENDHEID
Onvermogen om zich te concentreren, om aandacht te besteden om een taak te voltooien, snel afgeleid zijn.

HYPERACTIVITEIT
Vaak friemelen met de handen en voeten, overmatig en veel te snel praten. Moeilijkheden om zich stil te houden.

IMPULSIVITEIT
Problemen bij het afwachten van hun beurt, de neiging hebben anderen te onderbreken, hun aanwezigheid duidelijk opleggen.

CASUS 1

Stefaan is 7 jaar oud. Hij heeft een zeer prikkelbaar karakter, is zeer gewelddadig en is werkelijk in opstand tegen zijn omgeving. Hij vertoont hyperactief gedrag op school en thuis kan hij niet stil zitten. Zijn vermogen om zich te concentreren en om aandachtig te zijn varieert van dag tot dag.

Tijdens psychometrische tests werd Stefaan gediagnosticeerd met ADHD (Attention Deficit Disorder / Hyperactivity Disorder) en raakte in behandeling met Rilatine®. Zijn ouders vroegen om een Brainscreen uit te voeren om een alternatief te vinden voor dit psychoactief middel (deze heeft een "cocaïne-achtige werking", wat betekent dat zij dezelfde effecten geven als drugs).

Bloed- en urineonderzoek tonen het volgende aan:

- Overactieve dopamine en serotonine assen
- Verhouding HVA/5HIA is hoog
- Een tekort aan omega-3
- Een tekort aan zink

Bij de interpretatie van deze grafieken kan men een cerebrale agitatie opmerken, lichamelijke onrust, stress en angststoornissen gepaard met een impulsief karakter. Door de voedingstekorten (zink en omega-3) en neurotransmitters aan te vullen zal men een aanzienlijke verbetering zien van de symptomen.

CASUS 2

Elodie is 10 jaar oud. Ze behaalt slechte resultaten op school en heeft zelfs al een jaar overgedaan. Haar academische vertraging heeft zowel betrekking op lezen als op wiskunde. Verder heeft ze een prikkelbaar karakter, vertoont impulsief gedrag en is continu opstandig. Ze klaagt over buikpijn en heeft een zeer matige eetlust.

Uit psychometrische tests bleek het volgende:

- Kind met ADHD
Klinische vorm: een gemengde vorm van Attention Deficit Disorder met dyslexie, impulsiviteit en de neiging om uitgesproken hyperactief te zijn.

Uit lichamelijk onderzoek:

Buikpijn

Bloed- en urineonderzoek tonen het volgende aan:

- Verminderde productie van dopamine en serotonine
- Impulsiviteit door verkeerde HVA/5HIA verhouding
- Algemeen tekort aan omega-3

Bij de interpretatie van de grafieken kunnen we besluiten dat er een dopamine en noradrenaline tekort is en dat die gerelateerd zijn aan het falen op school en de dyslexie.

Een tekort aan serotonine verklaart waarom ze prikkelbaar is. Op de HVA/5HIA verhouding zijn duidelijke noties van impulsiviteit te zien. Verder geeft een tekort aan omega-3 DHA en EPA verstoorde receptoren en ontstekingen weer.

Ook bij deze casus zullen de symptomen aanzienlijk verbeteren bij de wijziging van deze parameters.

CASUS 3

Dylan is 17 jaar oud. Hij heeft een zelfmoordpoging ondernomen en werd gedurende 6 maanden behandeld met antidepressiva ("heropnameremmer van serotonine"). Hij heeft therapie gevolgd, maar blijft "kwetsbaar". Dylan ziet zijn vrienden niet meer en verbruikt meer en meer "toxische stoffen" (hij drinkt alcohol en rookt marihuana).


Analyses laten zien:

- Een vertraging van catecholamines en vooral een laag MHPG gehalte
- Een tekort aan omega-3, vooral EPA

Bij de interpretatie van de grafieken, kunnen we zien dat hij een laag MHPG gehalte heeft, wat voor volgende symptomen kan zorgen:

- Sociale terugtrekking
- Verdriet
- Verhoogd suïciderisico

Het tekort aan EPA verklaart de stemmingsstoornissen en depressie. De wijziging van deze parameters in aanvulling op de therapie moet een aanzienlijke verbetering van de symptomen mogelijk maken.

Wat zijn de klinische kenmerken van depressieve stoornissen bij kinderen?

1. Algemene houding: blijft achter, serieus gezicht, niet erg actief of wezenloos.
2. Gedrag: prikkelbaar, rusteloos, ontevreden en opstandig. Verlies of gebrek aan interesse voor anderen, …
3. Humeur: neerslachtig en verdrietig (enkel deskundig vast te stellen).
4. Eetlust: eetstoornissen bij jonge kinderen (eten weinig). Snacks en boulimisch gedrag bij oudere kinderen en adolescenten.
5. Slaapstoornissen: Opstandigheid bij het naar bed gaan, weigeren om te slapen, nachtmerries, …

SAMENVATTENDE TABEL VAN DE BELANGRIJKSTE SYMPTOMEN TIJDENS ONGEREGELDHEDEN ASSEN SEROTONINE / DOPAMINE / NORADRENALINE
  Te laag Te hoog

D
O
P
A
M
I
N
E

  • Algemene en cognitieve vertraging
  • Vermoeidheid
  • Geheugenproblemen
  • Concentratiestoornissen
  • Geen toekomstperspectief
  • Psychische hyperactiviteit
  • Opwinding, euforische gevoelens
  • Ongecontroleerde bewegingen (Tourette)
  • Repetitieve gedragsstoornissen (dwangmatig obsessionele onrust)

N
O
R
A
D
R
E
N
A
L
I
N
E

  • Problemen bij het instuderen en geheugenproblemen
  • Onrust
  • Wisselend humeur
  • Wisselend humeur met verlies van plezier en morele wanhoop (milde tot ernstige depressie of manisch depressief)
  • Zelfmoordgedachten (ernstige depressie)
  • Emotioneel zeer gevoelig
  • Zeer afhankelijk van anderen
  • Voortdurende nood aan goedkeuring en aandacht
  • Angstig en opgewonden
  • Slapeloosheid in het begin of einde van de nacht

S
E
R
O
T
O
N
I
N
E

  • Moeilijk inslapen en 's nachts wakker worden
  • Drang naar koolhydraten (brood, pasta, zoetigheden, gebak, chocolade, …)
  • Gemoedstoornissen met soms agressie en irritatie
  • Lage tolerantiedrempel voor frustratie
  • Karakter varieert volgens seizoen
  • Overdreven verlegen
  • Cognitieve gedragsproblemen (obsessionele onrust, sociale fobie)
  • Angst (fobie, neurotische angststoornissen)

Verschil tussen meisjes en jongens?

Vóór de adolescentie, is de frequentie van depressie hetzelfde voor een meisje als voor een jongen. Tijdens de puberteit is er een verhouding van 2 gevallen meisjes per 1 jongen (Verminderde eigenwaarde met negatieve perceptie van het lichaam).

Uitspraken van ouders en verzorgers:

- "Hij is niet zoals voordien"
- "Ik herken hem niet meer"
- "Hij is nooit tevreden"
- "Hij is nooit akkoord"
- "Hij is stout"
- …

Prevalentie:

- Depressie
    Bij kinderen < 6 jaar: 2-4%
    Bij kinderen van 6 tot 12 jaar: 5% (= 1 kind per klas!)
    Bij adolescenten: 15 tot 20%

- Percentage van zelfdoding:
    10-15%

Wist u dat?

1. Tal van studies met omega-3 suppletie bevestigen de verbetering van de leer-, gedrags- en stemmingsstoornissen.
2. 5% van de kinderen met ADHD hebben een chemische overgevoeligheid: de rol van de kleurstof is een actueel punt.
3. Bij bepaalde eiwitten (gluten, caseïne uit koemelk), zouden er bij sommige individuen sequenties opioïde peptiden kunnen worden gevormd... Vandaar het belang om de kwaliteit van het darmslijmvlies te laten controleren.
4. Kinderen met ADHD zouden een lager magnesiumgehalte hebben in het bloed dan anderen.
5. Een ferritine niveau lager dan 55ng laat niet toe dat de synthetische routes van dopamine optimaal werken (gecorreleerd met depressieve, gedrags- of cognitieve stoornissen).
6. Net zoals ijzer, fungeert zink ook als een cofactor in de synthese van dopamine en serotonine.
7. Selenium speelt een belangrijke rol in de hersenen. Het fungeert als een cofactor van GPX in het beheer van oxidatieve stress. Het wordt geassocieerd met versnelde cognitieve achteruitgang en positief gecorreleerd met de prevalentie van dementie.
8. Psychische stoornissen zoals prikkelbaarheid en depressie staan in verband met klinische deficiëntie aan vitamine B.
9. Bij de specifieke tekortkomingen aan foliumzuur (B9), stuiten we op geheugenstoornissen, slaapstoornissen en gedragsstoornissen (prikkelbaarheid, depressie)
10. Een lage B6/B12 wordt geassocieerd met lagere cognitieve prestaties
11. Een verhoogd homocysteïnegehalte wordt in verband gebracht met een defect in methylering en dit resulteert in een gebrek aan synthese van neurotransmitters (dopamine, norepinefrine, serotonine, ...)

 

© Copyright 2011 - Medical Diet Center