Het belang van antioxidanten

1° INLEIDING
2° DE CAROTENOÏDEN

3° VITAMINES
4° POLYFENOLEN EN FLAVONOÏDEN
5° BESLUIT


1° INLEIDING

Gezondheid is een volmaakte toestand van fysiek, mentaal en maatschappelijk welzijn. Gezond zijn is met andere woorden heel wat meer dan de loutere afwezigheid van ziektes en kwaaltjes.

Preventie, het in stand houden van een goede gezondheid en een geslaagde oude dag, hebben één ding gemeenschappelijk: de ongenadige bestrijding van oxidatieve stress. Oxidatieve stress is een gevolg van een verstoord evenwicht tussen de oxydatie (m.a.w. de productie van vrije radicalen) van de lichaamscellen (huid, organen,…) en ons afweervermogen door (inwendige en uitwendige) antioxidanten.

Alle levende wezens moeten een onoplosbaar probleem oplossen. Om te kunnen leven hebben we zuurstof nodig. Maar omdat zuurstof toxisch is en zelfs in die mate dat we er iedere dag een beetje door sterven, moeten we ons precies ook tegen zuurstof beschermen. De natuur voorzag ons echter van een inwendig antioxidantsysteem, dat berust op een hele reeks enzymen (namelijk SOD, catalase of GpX). Gelukkig kunnen we via onze voeding andere antioxidanten opnemen.

Eén ding staat vast: naarmate het oxidatieproces versnelt, kort de levensduur in. Uiterst agressieve partikels die voortvloeien uit het zuurstofgebruik, ook vrije radicalen genoemd, zijn niet allemaal nefast. Ze zijn zelfs onontbeerlijk voor het leven. Maar vrije radicalen in buitensporige hoeveelheden (en dat is nagenoeg meestal het geval) zijn uiterst gevaarlijk. Zij veroorzaken oxidatie. Ons organisme “roest”. Antioxidanten controleren de schadelijke werking van deze vrije radicalen.

De meest courante situaties waarbij vrije radicalen worden aangemaakt, zijn:

- De ademhaling
- De spijsvertering
- Roken
- Ontgifting
- Ziekte (infectie, ontstekingen, meer bepaald allergieën)
- Chronische of acute stress
- Blootstelling aan de zon
- Blootstelling aan verontreinigende stoffen
- Overmatige voedselopname

Voor bepaalde factoren die ons bedreigen, zijn we echter niet zelf verantwoordelijk. Denk maar aan bepaalde schadelijke componenten uit onze omgeving. Maar er zijn er ook andere (onze voeding, lichaamsoefening, alcohol en tabak) die we wel zelf kunnen controleren. Het belang van onze dagelijkse voeding te verrijken met antioxidanten mogen we dan ook niet onderschatten. Maar minstens even belangrijk is het vermijden van een “pro-oxidante” voeding, een voeding die de oxidatie bevordert. Overmatig eten leidt tot oxidatieve stress. Het is belangrijk om variatie op tafel te brengen en om hoeveelheden te eten die aan de behoeften zijn aangepast.

De oxidatieve agressoren beter leren kennen en meer antioxidanten tot ons nemen is heel goed. Anderzijds is het ook heel logisch dat we ons tegen oxidatiemiddelen gaan beschermen. Oxidatieve stress is een syndroom dat voortvloeit uit een verstoord evenwicht tussen de productie van vrije radicalen en de antioxidante afweersystemen. Doe u tegoed aan antioxidanten (voeding):

De vier voornaamste types antioxidanten die we algemeen via onze voeding tot ons nemen zijn:

- vitamine E
- vitamine C
- carotenoïden
- polyfenolen.

Antioxidanten zijn uitgesproken aanwezig in fruit en groenten, vooral in fel gekleurde soorten. Zo bevatten wortelen bijvoorbeeld erg veel bètacaroteen, tomaten lycopeen, kiwi’s vitamine C, druiven flavonoïden, één voor één grote klassiekers. Ook heel wat planten bekleden een plaats in de lijst van antioxidanten. Specerijen, aromaten en fijne kruiden in het algemeen (kurkuma, gember, rozemarijn in het bijzonder). Maar de consumptie van deze bronnen van antioxidanten betekent niet dat we één van de fundamentele regels van goede voedingspraktijken over het hoofd mogen zien: “het dagelijkse aanbod variëren”.

Het antioxidante potentieel van voedingsmiddelen kan tegenwoordig worden gekwantificeerd. De eenheid ORAC (Oxygen Reactive Absorption Capacity) meet de totale hoeveelheid antioxidanten die vandaag zijn gekend en die in voedingsmiddelen aanwezig zijn (vitamine C, E, bètacaroteen, enz…) en hun werking. Door deze heuse antioxidanten bommen te consumeren kunt u ervan op aan dat u uw organisme verwent en het beschermt in haar aanhoudende strijd tegen vrije radicalen.

Er bestaan geen oxidatieremmende noch oxidante vetten. Sommige vetten voeren de productie van vrije radicalen tegen een duizelingwekkende snelheid op, terwijl andere dan weer oxidatieremmend werken. (Vandaar het belang van omega-3 supplementen).

De huid bestaat uit 3 lagen: de opperhuid, de lederhuid en de onderhuid. Iedere huidlaag heeft een verschillende dikte en verschillende fysiologische functies. De zonnestralen spelen twee tegenstrijdige rollen: zonnestralen zijn door hun calorische werking en door hun rachitis- en depressiebestrijdende werking weldadig voor ons lichaam, maar hebben ook een nefaste invloed op huidveroudering en houden daarenboven een risico voor huidkanker in.

Zonnestralen bestaan voor 95% uit zichtbare en infrarode stralen en voor 5% uit ultraviolette stralen. Het zijn precies die ultraviolette stralen die aan de basis liggen van huidveroudering en huidkanker. De effecten van infrarode stralen en van de zichtbare golven zijn nauwelijks onderzocht, maar de kans is vrij groot dat ook zij tot de veroudering van de huid bijdragen.

Uv B-stralen (290-320 nm): dit zijn stralen met een hoog energetisch vermogen, maar nauwelijks tot de huid door. Hun inwerking op huidniveau vertaalt zich in erythema of in een zonnesteek.

Experimenten bij dieren toonden aan dat uv B-stralen, de kans op huidkanker enorm doen toenemen.

^^^ NAAR BOVEN


2° DE CAROTENOÏDEN

Hoewel er minstens 600 carotenoïden bestaan, zijn er slechts een aantal in een behoorlijke hoeveelheid in het bloed en in het menselijke weefsel aanwezig. Alleen zij kunnen als actieve antioxidanten worden beschouwd. Ze komen in de natuur erg verspreid voor en verlenen groenten en fruit hun oranje of rode kleur, die vaak door chlorofyl wordt gemaskeerd. Groene groenten, wortelen, pompoenen, rode bieten, gekleurde knolgewassen, gele en oranje vruchten bevatten bijzonder veel carotenoïden. Zij beschermen plantaardige cellen tegen oxidatie en bijgevolg tegen veroudering.

Hoe weten we zoiets? Omdat we ze in geoxygeneerde vorm in het bloed aantreffen, terwijl ze intact werden opgegeten. Ze hebben dus tot iets “gediend”. Carotenoïden zijn in vet oplosbaar en worden dus samen met olie en/of vitamine E goed opgenomen: dat is het geval bij lycopeen. Deze kostbare stoffen komen door het opwarmen van de voedingsmiddelen vrij zodat het lichaam ze beter kan opnemen. Zo ook wordt het bètacaroteen van gekookte wortelen gemakkelijker opgenomen dan dat van geraspte wortelen.

Het belang van carotenoïden bij de preventie van uv-schade werd uitvoerig gedocumenteerd. De oxidatieremmende kenmerken gecombineerd met het vermogen om geoxygeneerde reactieve moleculen te desactiveren deden vermoeden dat carotenoïden het DNA tegen uv-aanvallen konden beschermen.

β-caroteen
Dit is zonder meer de meest gekende, maar zeker niet de meest actieve. β-caroteen bestaat uit twee moleculen vitamine A. Deze molecule deelt zich in ons organisme in twee en levert vitamine A op verzoek. Vandaar de rol van “precursor” Heeft ons organisme geen behoefte aan vitamine A, dan blijft deze molecule heel en werkt ze opmerkelijk oxidatieremmend: een enkele molecule β-caroteen kan 1000 moleculen singulet zuurstof vangen! β-caroteen beschermt onze huid tegen de schade veroorzaakt door zonnestralen.

Natuurlijke bronnen van β-caroteen (ug/100g)
Wortelen
Spinazie
Peterselie
Zoete aardappelen
Meloen
Abrikoos
Jonge perziken
Maïs
12 000
9 420
8 320
7 700
3 420
2 790
880
400

Lycopeen
De effecten van lycopeen, de tweede belangrijkste carotenoïde in onze voeding en op plasmaniveau, zijn heel zeker minder gedocumenteerd, maar variëren ook blijkbaar minder sterk. Lycopeen is verantwoordelijk voor de rode kleur van fruit en kan probleemloos worden gebakken, ingevroren of ingemaakt. De voornaamste leveranciers van lycopeen in onze voeding zijn tomaten, watermeloen, guave, roze pompelmoezen en abrikozen.

Lycopeen is de sterkst vertegenwoordigde carotenoïde in het menselijke bloedserum. Dit is ook het antioxidant dat het geduchte singulet zuurstof het best neutraliseert. Het natuurlijke pigment van de tomaat beschermt de vrucht tijdens het rijpen tegen foto-oxidatie.

Er wordt beweerd dat de oxidatieremmende werking van lycopeen 70% hoger zou liggen dan die van β-caroteen. In het lichaam concentreert lycopeen zich in de zaadballen, de prostaat, de bijnieren en in de huid. Lycopeen bezit heel wat kankerwerende eigenschappen en belangwekkende antioxidante eigenschappen.

Luteïne
Luteïne speelt een fysiologische rol in het oog en de huid. Maïs, boontjes, spinazie, kool en sla zijn rijk aan luteïne. Maar luteïne komt ook voor in bepaalde vruchten zoals sinaasappelen, perziken en mango’s. Zeaxantine komt haast uitsluitend voor in maïs. Ook eierdooiers bevatten een bepaalde hoeveelheid.

De verklaring daarvoor schuilt in de plantaardige voeding van het dier. Luteïne verandert dus de manier waarop de huid op ultraviolette stralen reageert en kan bijdragen tot de afweer van de huid tegen bepaalde schadelijke effecten van de zonnestralen.

^^^ NAAR BOVEN


3° VITAMINES

Vitamine C

Vitamine C is de “topper” onder alle vitamines. Deze vitamine neutraliseert toxische soorten door zelf te oxideren. Vitamine C verbindt zich sneller met zuurstof dan het regeneratief vermogen. Dit wordt vaak waargenomen bij bepaalde pathologieën of chronische infecties. Dit wijst op een verhoogde behoefte aan vitamine C via de voeding. Heel wat epidemiologische onderzoeken richtten zich op vitamine C en gingen de incidentie van bepaalde ziektes (kanker, cataract of hart- en vaataandoeningen) volgens de voedingsstatus na. Een hoge hoeveelheid vitamine C kan het risico op verschillende soorten kanker doen afnemen.

Vitamine C speelt een rol bij meer dan 300 biochemische reacties in het menselijke lichaam: dit zijn de REDOX reacties (rol: katalysator van vitamine C). Bij een tekort aan vitamine C, in scheikundige kringen ook “L-ascorbinezuur” genoemd, ontstaat scheurbuik. De mens kan in tegenstelling tot bepaalde diersoorten zelf geen vitamine C aanmaken. Hij moet die vitamine dus via de voeding opnemen. Fruit en groenten zijn de belangrijkste leveranciers. Omdat deze vitamine één van de meest kwetsbare is, wordt het gehalte aan vitamine C ook gebruikt als indicator voor de handhaving van de overige vitamines: blijft vitamine C in een voedingsmiddel behouden, dan geldt dit eens te meer voor de andere vitamines.

Natuurlijke bronnen van vitamine C (mg/100g)
Acerola (soort kers)
Guave
Groene kool
Zwarte bes
Kiwi
Broccoli
Spruitjes
Bloemkool
Kruidkers
Sinaasappelen
1 300
250 tot 300
120 tot 180
180
80 tot 200
80 tot 150
80 tot 150
60 tot 80
75 tot 79
40 tot 80

Verouderingsbestrijdende cosmetica: vitamine C zorgt voor opschudding. De eerste erkende rimpelwerende cosmetica zijn producten op basis van vitamine C. Vitamine C heeft al lang de reputatie rimpels te bestrijden, maar tot op heden dacht men dat vitamine C overwegend een anticorrosief was. Na jarenlange verhitte discussies tussen de voor- en tegenstanders, hebben experimenten het pleit beslecht. Het aanbrengen van vitamine C op de huid verhoogt wel degelijk de aanmaak van collageen (het net van proteïnevezels dat de huid ondersteunt). De studie werd uitgevoerd in het ziekenhuis. Daarbij werd (net zoals medicijnen) ook een placebo gebruikt.

De resultaten waren positief: +27.6% keratine in de opperhuid, + 17% collageen in de lederhuid, na 6 maanden gebruik. Vitamine C activeert de collageenproductie in de diepste huidlagen (de lederhuid) door in te werken op de fibroblasten – die collageen aanmaken – en op bepaalde enzymen – die het collageen doen rijpen.

Om echt doeltreffend te zijn moet een crème minstens 3,5% vitamine C bevatten. Bovendien mag de crème niet in contact komen met water. Maar water is nu eenmaal onontbeerlijk bij het samenstellen van een cosmeticaproduct … slechts enkele merken vonden een antwoord op dit technologisch nauwelijks oplosbaar probleem.

Eet u grote hoeveelheden fruit en groenten, dan hebt u ongetwijfeld geen gebrek aan vitamine C: ga gewoon door, deze crèmes kunnen voor u werkelijk niets doen!

Wat is dan de histologie van de huidveroudering?

1) Die is fotoactinisch (door UV, licht) waardoor celmutatie en apoptose, pigmentvlekken, enz. optreden (zie artikel van Pr. Humbert-France).

2) Rimpelvorming: voornaamste rol van vitamine C en van de collageensynthese (collageen type I, type III).

3) Pigmentvlekken: vitamine C speelt een rol bij het afblokken van de cascade van de melaninesynthese; om die reden kunnen we vitamine C als een lichte pigmentvervager omschrijven.

Vitamine C wordt geassocieerd met een vermindering van de eczemasymptomen; ze beschermt de huid. Vitamine C is werkelijk onmisbaar.

Vitamine E

Vitamine E absorbeert uv B-stralen (280-320 nm) en kan dus een fotobeschermend effect hebben op het niveau van de membranen van de huidcellen. Van de 3 voornaamste huidantioxidanten (vit. E, C en glutathion) is vitamine E de meest geschikte om de rol van chromofoor te spelen. Helaas is een tekort aan vitamine E niet zichtbaar: We hebben haast allemaal een “tekort” zonder het te weten. De hoeveelheid die we dagelijks tot ons nemen, bedraagt ongeveer 4,5 mg, terwijl de minimumbehoefte rond de 10 mg schommelt.

Natuurlijke bronnen van vitamine E (mg/100g)
Tarwekiemolie
Zonnebloemolie
Amandelen, hazelnoten
Tarwekiemen
Levertraan
Arachideolie
Popcorn natuur
Paranoten
Verse munt
Mango
135
50
25
22
20
17
10
7
5
1.5

Zijn vitamine E-supplementen noodzakelijk? Ja, dat is aanbevolen, vooral na de leeftijd van 60 jaar. Waarom? Omdat…

- 60 tot 70 % van de dagelijkse hoeveelheid via de stoelgang wordt uitgescheiden. De dosis moet dus dagelijks worden aangevuld.
- Naarmate we ouder worden, absorberen we minder vitamine E en worden er meer vrije radicalen gevormd!
- Door de industriële bewerking van de voeding (raffineren, bestraling, kiemdodende behandeling van granen, opslag,…) gaat een groot gedeelte van de vitamine E verloren.
- De meeste voedingsmiddelen met vitamine E, bevatten juist voldoende om hun eigen vetten te beschermen. Er blijft weinig vitamine E beschikbaar om het organisme zelf tegen de eigen oxidatie te beschermen.
- De behoefte aan vitamine E neemt toe wanneer we, zoals aanbevolen, meervoudig onverzadigde vetten (vette vis) eten. Deze vetten zijn heel kwetsbaar en gevoelig voor oxidatie.
- Een tekort aan vitamine E is een wezenlijke factor bij hartziekten. En dat terwijl de volledige bevolking van Frankrijk een tekort aan vitamine E vertoont. Omdat er geen “vitamine E scheurbuik” bestaat, worden de tekorten niet opgespoord. De schade wordt slechts heel langzaam zichtbaar en situeert zich vooral op moleculair niveau (MDA- een molecule gedoseerd in het bloed -, droogte van de huid).

Dagelijks gebruik van vitamine E – via inwendige antioxidante suppletie en verwerkt in een dagcrème. Vitamine E beschermt de huid tegen uitwendige (zon, tabak, ultraviolette stralen, verontreiniging) en tegen inwendige agressie (schade door vrije radicalen die onze celmembranen aanvallen). Op een grijze, bewolkte dag, brengen we geen zonnecrème aan, terwijl de ultraviolette stralen wel degelijk aanwezig zijn!

Bovendien bevordert vitamine E de microdoorbloeding van de huid. Omdat vitamine E tot slot de lipidefilm (vet) versterkt die de opperhuid beschermt, houdt de huid het vocht beter vast, waardoor ze beter wordt gehydrateerd. De huid blijft langer tonisch en stevig.

^^^ NAAR BOVEN


4° POLYFENOLEN EN FLAVONOÏDEN

Het onderzoek naar polyfenolen is afgelopen jaren in een stroomversnelling beland. Dit zijn de antioxidanten die het overvloedigst in ons dieet aanwezig zijn. Iedere dag consumeren we ongeveer 1 g polyfenolen. Ze komen uitsluitend voor in plantaardige voedingsmiddelen. De voornaamste bronnen zijn fruit en groenten, bepaalde drank (wijn, thee, koffie, vruchtensap), graangewassen en droge groenten.

Afgezien van hun antioxidante werking, bezitten polyfenolen beschermende eigenschappen tegen hart- en vaataandoeningen (cholesterolverlagende en oxidatieremmende effecten), osteoporose (effecten van fytoestrogenen van het isoflavone type en lignanen op minerale botdensiteit).

Flavonoïden gaan de verandering van de collageenvezels van de huid tegen, en vertragen de veroudering. Tot de nuttigste en meest gereputeerde voedingsbronnen op dit vlak behoren citrusvruchten (citroen, sinaasappel, pompelmoes,…), kleine vruchten (bessen) en rode wijn. Binnen deze laatste categorie zijn het ongetwijfeld de flavonoïden die de gelukkige verantwoordelijken zijn van het beschermende effect, ook gekend als french paradox.

Hoe meer, hoe beter. Daarom bestaan er ook geen mysteries.
We moeten meer fruit en groenten eten, vooral druiven, kersen, blauwe bosbessen, uien, broccoli, en meer groene of zwarte thee (zonder melk) en rode wijn drinken. Zodra u op uw weg fel gekleurde groenten en vruchten tegenkomt, grijp ze gewoon.

Thee

“Elixir van de onsterfelijkheid” werd in China niet zo maar bedacht als omschrijving voor thee. Eén grote kop thee bij het ontbijt, bezorgt u iedere ochtend een grote hoeveelheid antioxidanten. Het oxidatieremmende vermogen van thee volstaat om nitrosaminen te lijf te gaan. Deze werking is te danken aan polyfenolen en aan tannines, dezelfde die we in rode wijn aantreffen en die zo worden geprezen, maar dan wel zonder alcohol of calorieën!

Om ten volle te genieten van de flavonoïden in groene of zwarte thee, mag u er geen melk aan toevoegen. Melk bindt immers flavonoïden en verhindert hun opname door het organisme.

Het wordt algemeen erkend dat het regelmatig drinken van groene thee het cholesterolgehalte en het gehalte van triglyceriden doet dalen en het risico van verkalking van de aderwand beperkt. Groene thee lijkt het sterkst te keer te gaan tegen de vrije radicalen. Deze drank voorkomt bepaalde soorten kanker, waaronder kanker van het spijsverteringsstelsel, van de urinewegen en huidkanker. Het hoge fluorgehalte van groene thee maakt dit tot een uitstekend middel om cariës te voorkomen.

Groene thee blijkt de meest belangwekkende, gevolgd door oolong thee en door de zwarte Earl Grey thee. Thee drinkt u best zonder een “wolkje melk”. Melk inactiveert immers het fluor en bepaalde tannines. Bovendien flocculeert melk met de theïne waardoor de thee niet langer wordt verteerd. Drink tijdens de maaltijd geen thee, omdat de absorptie van ijzer hierdoor daalt. Ook ijzer is een prima antioxidant, maar geconsumeerd in te grote hoeveelheden, doet het omgekeerde effect zich voor….

Pycnogenol

Bioflavonoïden vormen de bouwstenen van Pycnogenol. Pycnogenol is een bijzonder krachtig antioxidant, en wel zo krachtig dat het vitamine E beschermt tegen oxidatie en vitamine C recycleert en daardoor de bioactiviteit verlengt. Pycnogenol ontleent zijn unieke rol binnen de cosmetologie aan de selectieve affiniteit voor collageen en elastine.

Pycnogenol gaat zich rechtstreeks aan collageen en aan elastine binden en voorkomt dat ze door de vrije radicalen en door vernietigende enzymes worden afgebroken. Deze bijdragen vormen het vertrekpunt om de huid weer haar elasticiteit en zachtheid terug te geven.

Pycnogenol verbetert de microcirculatie van de haarvaatjes van de huid en zorgt voor een betere oxygenatie en voedingstoevoer, een betere hydratering en een betere celvernieuwing. Deze werking zorgt voor een gezonder uitzicht en een intensere schittering van de huid.

Pycnogenol werkt ontstekingsremmend en helpt de huid te beschermen tegen de schade door blootstelling aan UV-licht.

Pycnogenol beschermt tegen zonnebrand en tegen fotoveroudering.

Pycnogenol helpt hyperpigmentatie van de huid te beperken.

Pycnogenol wordt gewonnen uit de schors van de Franse zeeden (Pinus pinaster Ait). Deze den groeit aan de zuidwestkust van Frankrijk in een bos waar slechts één boomsoort voorkomt – de enige bron van Pycnogenol. De dennen waaruit Pycnogenol wordt gewonnen, zijn nooit in aanraking gekomen met pesticiden. Bovendien komen er aan de productie van Pycnogenol geen toxische oplosmiddelen te pas.

Pycnogenol verbetert de toestand van de huid (meer bepaald haar stevigheid en elasticiteit) omdat de cohesie van de collageen- en elastinevezels verstevigt. Pycnogenol is erg nuttig bij de bescherming tegen de zon en bindt de strijd aan tegen problemen van littekenvorming. Dit antioxidant bezit ook eigenschappen die huidallergieën tegengaan.

Coenzyme Q10

Deze merkwaardige naam laat niet vermoeden dat co-enzyme Q10 een… vitamine is. Over enkele jaren zal deze vitamine wellicht bekend staan onder zijn echte naam “vitamine Q3”. Dit element dat van nature uit in het organisme aanwezig is, is een heus schild tegen hartaandoeningen. Dit is ook een uitzonderlijk antioxidant – dat 10 keer doeltreffender zou zijn dan vitamine E. Q10 vertraagt de celoxidatie waardoor zuurstof de cellen beter kan regeneren.

Deze vitamine heeft ook invloed op de vertraging van het verouderingsproces. Door onze cultuur- en fokwijzen zijn de voedingsbronnen van Q10 bijzonder zeldzaam geworden. Ze komen voor in sardines, rundvlees (vooral dan het hart), spinazie en aardnoten, en dan hebben we ze nagenoeg allemaal gehad. We absorberen zowat 5 tot 10 mg per dag. Helaas bedraagt de dagelijks aanbevolen hoeveelheid 100 mg! Daarom moeten we teruggrijpen naar supplementen capsules Q10.

^^^ NAAR BOVEN


5° BESLUIT

Door te verouderen wordt de huid fijner, droger, gevlekt (witte of precies donkere vlekken), minder elastisch, gerimpeld en vertraagt ook de littekenvorming. U hebt het wellicht al begrepen; hier zijn vrije radicalen aan het werk. Onze huid ducht op de koop toe alle leveranciers van vrije radicalen zoals tabak, verontreiniging, stress en zon. Wanneer ons organisme hiermee in contact komt, gaat het grote hoeveelheden collagenase produceren. Dit is een enzym dat het collageen, het voornaamste element van de huidstructuur, afbreekt. Om de schade te beperken is een correcte voeding een absolute noodzaak. Een goede voeding schreeuwt om “goede vetten”, vandaar het belang van omega 3.

De onderhuid, een in de huid geïntegreerde structuur, staat onder voedingscontrole: een onevenwichtige voeding dreigt cellulitis te veroorzaken.

Als we de huid de voedingsstoffen bezorgen die ze opeist, zijn de preventieve zichtbare antioxidante resultaten (voornamelijk huidveroudering) duidelijker dan met cosmetica die rimpels bestrijden. Olijfolie, fruit, groenten en peulgewassen zijn de favoriete gerechten. Vlees, zuivelproducten, waaronder boter, zijn bij een goede voeding beter te mijden.

Waar zijn al die weldadige effecten aan te danken? Aan de antioxidanten!

Bij de blootstelling aan natuurlijk licht – zonder het over de zon te hebben – put de huid uit haar reserve aan antioxidanten om zich tegen ultraviolette stralen te beschermen: vitamines C, E, polyfenolen, PABA, bètacaroteen. Als onze voeding deze componenten niet in een voldoende grote hoeveelheid aanreikt voor een automatische vernieuwing, kan de zon geheel straffeloos toeslaan. Te meer daar de opperhuid één van de laatste organen is die zich van de antioxidanten "dient.” Die komen immers eerst bij het hart en bij de hersenen terecht. Vergeet niet dat de huid een orgaan is, en niet gewoon een omhulling. Zij is de spiegel van uw gezondheidstoestand en van uw voedingsstatus. Schoonheid komt van binnenuit.

Een mooie in plaats van een oude huid.

Antioxidanten beschermen de huid tegen veroudering. Maar de vrije radicalen zijn niet als enige verantwoordelijk voor rimpels en diverse vlekken. Zij ondermijnen iedere structuur en veroorzaken ontstekingen, allergieën, letsels, huidkanker, enz. Vergeet niet dat de opperhuid alleen de buitenste beschermingslaag van ons lichaam is, en dat ze voortdurend wordt blootgesteld aan scheikundige producten, aan het milieu, aan de temperatuurverschillen, aan zonnestralen, enz.

Iedereen weet dat de zon onmisbaar is voor het leven. Via de ultraviolette stralen voorkomt ze rachitis, seizoensgebonden depressie, verbetert ze psoriasis en beschermt ze tegen borst- en darmkanker.

Maar een ondoordachte blootstelling aan de zon kan ernstige gezondheids- en schoonheidsproblemen veroorzaken: diepe rimpels, roodheid, cataract, degeneratie van de macula, verzwakking van het immuunsysteem, huidkanker. De zon versnelt het verouderingsproces met andere woorden op algemene wijze. Uv B-licht wijzigt de huidoppervlakte, terwijl uv A-stralen de lederhuid aantasten en net als de vrije radicalen haar bestanddelen beschadigen: vetzuren oxideren en genen wijzigen.

Ieder jaar worden wereldwijd 2 miljoen mensen getroffen door huidkanker. Hoofdoorzaak van deze ziekte is een aanzienlijke blootstelling aan de zonnestralen, in combinatie met een ozonlaag die stilaan dunner wordt. Hoewel de zonnecrème een “goed basisgebaar” vormt, moet de inwendige versterking met antioxidanten een reflex worden. Een goede aanvoer – van carotenoïden – zou het hele jaar door constant moeten zijn en de maanden voor het begin van de zomer zelfs worden opgevoerd om te voldoen aan de behoeften… en zelfs meer (specialisten hebben het over het “verzadigen van het weefsel met antioxidanten”). In werkelijkheid kan onze voeding alleen niet voldoende carotenoïden en vitamine E aanleveren. En dat terwijl vitamine E, die enkel inwendig wordt geabsorbeerd, een voortreffelijk antioxidant is: maar vitamine E blijkt ook topisch (uitwendig) toegediend, met andere woorden opgenomen via cosmetica, bijzonder waardevol. Deze vitamine bezit immers een drieledige werking tegen de nefaste resultaten van de zon.

Terwijl blootstelling aan de zon ons afweersysteem verzwakt, doen de beruchte carotenoïden dit negatieve effect precies teniet. β-caroteen, α-caroteen, lycopeen, zeaxanthine, luteïne… slaan allemaal de handen in elkaar om ons immuniteitsstelsel weer aan te wakkeren. Immers, net zoals zij plantaardige cellen blootgesteld aan licht beschermen, beschermen ze ook de humane cellen tegen diezelfde vijanden. Ze verminderen onze gevoeligheid voor de zon, verhogen het weerkaatsingsvermogen van de huid door een verandering van de pigmentering, en spelen een rol bij de preventie van urticaria door de zon en vitiligo, enz.

^^^ NAAR BOVEN

 

© Copyright 2010 - Medical Diet Center